|
|
De pedagogiek van Helen Parkhurst kan als volgt kort geschetst worden. Zij luistert heel goed naar wat kinderen zeggen en hoe zij het zeggen. Zij stimuleert ook het onderlinge luisteren van kinderen. Dit "echt luisteren naar elkaar" is een voorwaarde voor het tot stand komen van echte communicatie. Tijdens het proces van communicatie is zij steeds gericht op het doel waartoe een activiteit van een kind of een activiteit samen met kinderen moet leiden. Met open vragen stuurt zij de aandacht en het zelf denken van de kinderen. Indien nodig zijn stimulerende materialen aanwezig of kunnen deze in onderling overleg gemaakt of uitgezocht worden. De gezamenlijke probleemanalyse van de kinderen is hierbij doorslaggevend. Belangrijk is dat een "juiste" oplossing nooit wordt "voorgezegd" of gegeven door de ouder, leerkracht of methode. Het leidende pedagogische principe vloeit voort uit het mensbeeld. Het gaat ervan uit dat een kind verantwoordelijkheid kan en moet dragen voor het leerproces dat het aangaat. Er is de overtuiging dat een leerling vrijheid kan hanteren, waarbij gradaties van vrijheid zijn te onderscheiden in diverse domeinen. In elk van die domeinen kunnen leerlingen keuzes maken. Het is de taak van de opvoeders in de school de leerlingen te helpen hun eigen kwaliteiten te ontwikkelen. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de creativiteit van de leerlingen, ook in hun denken. Dat betekent dat we geloven in het vermogen van de mensen om hun eigen kwaliteiten te ontwikkelen. Dit krijgt vorm in de normen die op school gehanteerd worden, in de ethiek van de school. De vrijheid van het individu eindigt waar die van de ander begint. Vervolgens hangt het van de vaardigheden van de individuen af hoe die grenzen eventueel verschuiven. Er is niets onherroepelijks in het stellen van grenzen. Met die relatieve onzekerheid moet men als opvoeder en als leerling kunnen omgaan. Het vraagt van de leerling om voldoende assertieve vaardigheden te verwerven (zelfstandigheid) en van de opvoeders om vanuit de Daltonprincipes het klimaat te bewaken waarin de leerlingen experimenteren in de "minimaatschappij" die de school vormt. Die vaardigheden zijn gebaseerd op het vermogen om de situatie in ogenschouw te nemen en in goed overleg een oplossing te vinden met oog voor elkaars belangen. Het kan niet anders dan dat de explorerende leerling wordt benaderd van uit een houding van wederzijds respect, hetgeen nadrukkelijk in het schoolklimaat tot uitdrukking komt.
|
|
|
|
|